Ot en Sien, twee ondernemende
kleuters uit het begin van de twintigste eeuw, werden in de
leesserie Nog bij moeder uit 1904/1905 zó treffend neergezet
dat zij nog altijd deel uitmaken van het Nederlands culturele erfgoed.
De originele illustraties van Jetses zijn, van 8 januari tot en met
22 mei 2005, in de tentoonstelling Honderd jaar Ot en Sien in het Nationaal
Onderwijsmuseum in Rotterdam te bewonderen. Het is opvallend met hoeveel
oog voor detail, met hoeveel liefde en vakmanschap de tekenaar de wereld
van de twee buurkinderen Ot en Sien in beeld heeft gebracht.
De schrijvers Ligthart en
Scheepstra, beiden werkzaam in het onderwijs èn
pedagoog, wilden in hun leesserie laten zien hoe belangrijk aandacht
en betrokkenheid was in de opvoeding van jonge kinderen. In de leesboekjes
is het vooral de moeder van Ot die liefdevol klaarstaat voor de twee
kinderen: zij zingt liedjes met ze, doet het kaatsenballen voor, troost
bij pijn en verdriet, leert hen breien en vertelt verhalen. Ligthart
en Scheepstra schetsten hiermee een ideaalbeeld.
Het Nationaal Onderwijsmuseum
laat in deze tentoonstelling door middel van foto’s en teksten
ook de werkelijkheid uit het begin van de twintigste eeuw zien: vrouwen-
en kinderarbeid was nog heel gebruikelijk, drankmisbruik aan de orde
van de dag, evenals het wonen in sloppen en stegen en het gebrek aan
voedsel en kleding. Ligthart en Scheepstra lieten in hun leesboekjes
vooral de betere wereld zien, waarnaar zij streefden.